De eerstgeborene van Isaäk en Rebekka; de tweelingbroer van Jakob en de voorvader van de Edomieten. Aangezien hij bij zijn geboorte ongewoon sterk behaard was, gaf men hem de naam Esau. De naam Edom (wat „Rood” betekent) kreeg hij vanwege het rode linzengerecht, waarvoor hij zijn eerstgeboorterecht verkocht.
Gerelateerde gebeurtenissen
Geen gerelateerde gebeurtenissen