Een nakomeling van Seth; de zoon van Methusalah en de vader van Noach. De levensduur van deze Lamech en die van Adam overlapten elkaar eveneens gedeeltelijk. Lamech stelde geloof in God, en nadat hij zijn zoon de naam Noach had gegeven (wat waarschijnlijk „Rust; Vertroosting” betekent), sprak hij de woorden: „Deze zal ons troost schenken voor ons werk en voor de smart van onze handen ten gevolge van de aardbodem, die door Jehovah vervloekt is.”
Gerelateerde gebeurtenissen
Geen gerelateerde gebeurtenissen